Het is hier prachtig.
Ik zit bovenop een heuvel in een zacht glooiend terrein. Ik kijk uit op de vallei onder me. De zon gaat traag onder en zorgt voor nog een laatste warme gloed over deze heuvels. In de verte vliegt een klad vogels. Ze flitsen door elkaar en maken de mooiste vormen. Ze vliegen naar de zon toe. Althans dat lijkt zo van waar ik toeschouw. Wanneer ze de zon raken, zijn ze verdwenen. Het licht van de zon is te fel en de vogels zijn niet meer te onderscheiden. Ik wacht geduldig tot ze terug te voorschijn komen. Ze zijn links de zon in gegaan en ik verwacht ze rechts van de zon terug te vinden. Blijkbaar hadden zij andere plannen in gedachten, want de vogels verschijnen aan de onderkant. Ze lijken een duikvlucht te maken die ze al vlug terug onderbreken. Nu komen ze recht op me af. Voor eventjes. Al snel maken ze een scherpe bocht naar rechts en blijven in een redelijk vaste formatie vliegen tot ze over de heuvels verdwijnen. Ik blijf staren tot ik ze niet meer kan onderscheiden. Zelfs iets langer nog.
Ik voel me goed.
Heel deze dag is een geschenk van het Godenpaar. Deze morgen heb ik afscheid genomen van al wat me lief is, ik heb mijn vorige leven vaarwel gezegd. Deze morgen is mijn nieuw leven begonnen en ondanks alles voelt dat enorm goed. Ik denk dat dit voornamelijk komt omdat al mijn zorgen ook daar zijn gebleven. Al mijn zorgen buiten ééntje: jij. Mijn zoon. Maar het is net voor jou dat ik vertrek, dus daar maak ik me voorlopig nog geen zorgen over. Ook het weer heeft zijn bijdrage geleverd aan mijn gemoedstoestand. De warmte van de zon was meer dan aangenaam. Het zachte briesje droeg de meest frisse geuren over het land. De traagheid waarmee ik me voortbewoog deed me genieten van de omgeving. Eigenlijk zou dat een pretbederver moeten zijn, want de traagheid is echt wel… traag. De ossen die de kar trekken doen hun best, maar het zijn niet bepaald snelheidsduivels. Maar ook dat had geen negatieve invloed. Integendeel, het bracht een rustgevend gevoel teweeg waar ik nu nog van nageniet. De vredige sfeer hier zorgt er voor dat ik dat gevoel kan bewaren. Deze trip waar ik zo tegen op zag, is misschien wel de beste beslissing in mijn leven. Behalve trouwen met je moeder en de beslissing om een kindje te krijgen. Die blijven natuurlijk samen op een verre eerste plaats staan. Alle zorgen en alle pijn lijken uit mij gevloeid te zijn. Alsof ik al het slechte uit het verleden op de boerderij heb gelaten. Onwetend was ik. Onwetend dat het verleden zo een grote last was, onwetend dat het mij en mijn leven zo beheerste. Al op de eerste dag heeft deze tocht me de ogen geopend. Ik ben meer dan enkel een verderzetting van het verleden. Ik wil meer zijn. Ik moet het zijn. Voor mijn zoon.
Ik heb nog een lange weg te gaan. The Burroughs ligt misschien nog weken hiervandaan. Ik weet het niet. Ik weet The Burroughs niet precies liggen. Ik weet niet of ik wel de juiste weg volg, maar ik weet wel dat ik ongeveer de juiste richting uit ga. The Burroughs ligt aan zee en ingesloten door heuvels. Ik ga in de richting van de zee en kan dan gemakkelijk de kustlijn volgen. Althans dat is het plan.
Ik heb deze middag een konijn kunnen vangen. Dus ook het eten valt voorlopig mee op deze trip. Ik heb wel schrik voor de nacht. De kou is hopelijk niet te erg. Ook zie ik op tegen de vele nachtelijke geluiden die nu eenmaal in de natuur voorkomen. De ossen heb ik opgesplitst, eentje staat rechts van de kar en eentje links. Ik hoop dat zij voor bewaking zorgen. Een minimale bewaking, dat besef ik ook wel, maar bij onheil zullen ze wel van zich laten horen. Het vuurtje waarboven ik het konijn heb gebraden is bijna uitgedoofd, net als de zon. Ik hoop dat hij morgen met vernieuwde krachten brandt. Ik hoop hetzelfde van mezelf.
Maar nu ga ik slapen.

Ik kon het niet.
Vandaag toch niet, alleszins.
Zo vastberaden als ik gisteren was, zo onzeker ben ik vandaag.
Hoe verlaat je alles waar je waarde aan hecht? Niet alleen mijn eigen verleden, maar het verleden van de gehele familie laat ik hier achter. De druk van mijn voorouders rust zwaar op mijn schouders.
Ik ben langs de oude boerderij geweest. De gedenksteen heb ik opgeblonken. Het afbranden van de oude boerderij is één van mijn eerste herinneringen. Ook de wederopbouw van de nieuwe boerderij staat me nog levendig bij. Mijn grootvader en mijn vader die de huidige boerderij laag voor laag opbouwen. Zelfs mijn moeder en grootmoeder die regelmatig hielpen. Ondertussen verwaarloosden ze het normale werk nooit. Toen het eindelijk af was, hebben we het gevierd. Moeder en grootmoeder die een feestmaal voorzien hadden. Versieringen over heel het erf en een uitgelaten sfeertje. De gelukzalige blikken van mijn vader en grootvader. Enkele van de buren waren ook uitgenodigd en daar heb ik mijn vrouw voor het eerst gezien. Al waren we nog veel te klein om in elkaar geïnteresseerd te zijn. We hebben wel samen gespeeld, aangezien we ongeveer dezelfde leeftijd hadden en alle andere kinderen beduidend ouder waren. Toen we werden geroepen om aan het hoofdgerecht te beginnen, zag ik mijn vader slapen in zijn stoel. Naast hem zat grootvader, die eveneens zat te ronken. De vermoeidheid had zijn tol geëist en ondanks het lawaai, sliepen ze als rozen.
Ik ben langs het kerkhof geweest. De oude stenen heb ik gelaten zoals ze zijn. Het verweerde uiterlijk van de stenen draagt in mijn ogen bij aan het karakter. De stenen lijken op die manier respect te eisen. Ik heb de oude stenen wel vrij gemaakt van planten die trachten te overwoekeren, zoals ik steeds heb gedaan met deze graven. Ik weet dat nu eindelijk de planten zullen overwinnen en dat zorgt voor een koude wind in mijn hart. De graven van mijn ouders en van mijn grootouders, heb ik helemaal opgeblonken. Ze schitteren nu voor een laatste keer. Ik ben geen religieus man, maar toch heb ik even geknield en aan het godenpaar gevraagd of zij willen zorgen voor hen en misschien, heel misschien, ook voor de graven.
De laatste plaats die ik bezocht heb is het meertje. Hoe vaak heb ik mij niet uitgeleefd in het water. Hoe vaak heb ik niet teruggedacht aan het moment waarop je moeder mij daar heeft gekust. We kenden elkaar al ons hele leven, maar ondanks het feit dat we buren waren, zagen we elkaar niet zo heel vaak. De afstand was te groot en er was teveel werk om veel vrije tijd te hebben. Bij feestgelegenheden trokken we wel altijd samen op. Natuurlijk waren er ook altijd de toevallige ontmoetingen op de vrije momenten. Die zorgden er steeds voor dat die momenten speciaal werden. Samen groeiden we op en samen werden we op een andere manier in elkaar geïnteresseerd. Soms konden we het aan elkaar merken, soms was dat gevoel zelfs tastbaar, maar toch had geen van beide het lef om er werkelijk iets mee te doen. Tot die kus aan het meertje. We hadden samen gezwommen en gespeeld. We werden moe en gingen op de oever liggen opdrogen. We lagen naast elkaar. Ik lag op mijn rug, met mijn ogen dicht, te genieten van de zonnestralen die mijn huid opwarmden. Ineens werd het duister, want zelfs met gesloten ogen kan je dit merken en ik deed mijn ogen open. Ik keek recht in de ogen van je moeder. Haar gezicht vlak boven het mijne. Haar lach, de blik in haar ogen, de drang die we voor elkaar voelden, de geur van natte haren was overweldigend. Toen zette ze haar lippen op de mijne. Zoals ik reeds vertelde, ik ben niet gelovig, maar die grond is heilig voor me. En ook die grond moet ik verlaten.
Morgen.
Nu ga ik proberen te slapen.
Morgen vertrek ik. Na deze emotionele rondrit, heb ik al het nodige op de kar geladen en ik ben klaar om te vertrekken. Ik hoop dat ik goed kan slapen, zodat ik uitgerust aan mijn reis kan beginnen.

25
Sep

Exodus

Liefste zoon.
Ik moet iets doen waar je waarschijnlijk niet trots op zult zijn. Ik wil dat je weet waarom ik het doe. Ik wil dat je beseft dat ik deze keuze niet lichthartig heb genomen.
Ik ga weg van de boerderij waar jij bent opgegroeid. Ik verlaat de plaats die mijn voorouders hebben opgericht. Ik doe het uit noodzaak. Als ik het niet doe, overleef ik de winter niet. Er is gewoon niet genoeg te eten. Nooit had ik gedacht dat het zover zou komen. Nu is het zover. Bijna alles is ingepakt. Niet dat het veel is, ik kan immers amper iets meenemen. Ik heb mijn laatste ossen bewaard en ik heb een provisoire kar gemaakt. Morgen, of overmorgen vertrek ik van hier.
Voor mijn geestelijke gezondheid zou het beter zijn dat ik morgen reeds vertrek. Het is echter om dezelfde reden dat ik pas overmorgen wil vertrekken. Ik wil een emotionele tocht maken langs een aantal belangrijke plaatsen. Misschien zie ik die nooit meer terug.
Wanneer ik vertrek doet er echter niet toe. Ik vertrek, daar valt niet meer aan te tornen. Ik kom niet naar je toe, mijn zoon. Hoe graag ik ook naar je toe zou snellen, ik kan het niet. Om verschillende redenen. De belangrijkste is dat ik het niet wil. Ik wil dat je trots op me kunt zijn. Ik wil niet verslagen naar je toe komen. Ik heb niets. Ik ben niets.
Ik weet dat ik nooit een volharder ben geweest, maar daar wil ik iets aan doen. Daar wil ik nu meteen verbetering in brengen. Ik wil naar jou toe. Ik wil dat je trots op me bent. Die twee gecombineerd zorgen ervoor dat ik eerst iets wil bereiken in het leven voor ik naar je toe kom. Ik ga naar The Burroughs. Het Beloofde Land. Ik wil daar mijn geluk beproeven en ik zal naar je toe komen als Iemand. Ik zal niet naar je toe komen voor ik Iemand ben. Ik wil niet voor je verschijnen als de Niemand die ik nu ben. De geslagen hond die ik nu ben moet eerst een overgangsrite doormaken. Ik zal openbloeien en ik zal een groots iemand worden.
Ik weet dat dat niet waar is. Maar ondanks alles probeer ik mezelf voor te stellen hoe het zou zijn om een belangrijk iemand te zijn. Ik heb een doel. Een simpel doel en ik wil deze keer wel volharden.
Zoon, ik wil je trots maken op je vader. Daar zal ik alles voor in het werk stellen. Daar wil ik mijn verdere leven aan wijden. Ik weet dat dit onmogelijk is geworden op deze plaats. Daarom dat ik een schone start wil maken en ik kan me geen betere plaats bedenken dan The Burroughs. Ook zal ik je proberen op de hoogte te houden van mijn vorderingen. Ik vraag je echter geduld te hebben. Ik weet dat het niet snel zal gaan en waarschijnlijk niet van een leien dak zal lopen, daarom vraag ik je om geduldig met me te zijn. Ik neem mijn belangrijkste bezittingen mee en natuurlijk ook de meest kostbare. Ik denk dat mijn ossen reeds een klein beginkapitaal zullen zijn.
Ik wil met een volledig schone lei beginnen. Ik breek met mijn voorouders. Ik doe het voor mijn nageslacht. Dat is namelijk het enige dat belangrijker is dan voorouders. Het is steeds belangrijker waar je naartoe gaat dan waar je vandaan komt. Dat is waar ik me aan vasthoudt. Dat steunt me in mijn beslissing om deze plek te verlaten. Dit is de enige juiste beslissing.
Dit is de enige juiste beslissing.